Cowden-syndroom en immunodeficiëntie.

Posted vrijdag november 09, 2018 by Freya Vissers

Een artikel dat verscheen in de PMC (Pub Med Central een gratis archief waar je  medische artikels over onderzoeken die wereldwijd werden uitgevoerd terug kan vinden) eigendom van de United States National Library of Medicine. Het werd gepubliceerd in December 2015  en het betreft een onderzoek uitgevoerd in het Verenigd Koninkrijk door Michael J Browning , Anita Chandra , Valentina Carbonaro , Klaus Okkenhaug  en Julian Barwell werkzaam in centra van Leicester en Cambridgeshire. Cowden’s syndrome with immunodeficiency

 

Dit artikel gaat over het verband tussen Cowden syndroom en immunodeficiëntie (een niet of niet goed functionerend immuunsysteem/afweersysteem).

Naast een verhoogd risico op tumorontwikkeling, zijn mutaties in PTEN-gen ook geassocieerd met auto-immuniteit en dit bij zowel muizen als mensen.

Dit artikel beschrijft de bevindingen van 2 cases/onderzoeken, nl. twee patiënten (5 en 10 jaar oud) met het syndroom van Cowden én een verhoogde frequentie van infecties in de kindertijd én waarbij verschillende immunologische defecten werden vastgesteld.

Naast zijn functie als tumoronderdrukker werkt PTEN als een antagonist (tegenwerker) van PI3K-activiteit in B- en T-celdifferentiatie en homeostase (evenwicht) van deze cellen in ons lichaam. Studies bij muizen met een tekort aan PTEN hebben gewijzigde patronen van B-celdifferentiatie aangetoond. Des te meer is het verrassend dat immuun problemen daarom niet op grotere schaal zijn onderzocht of gemeld bij patiënten met het syndroom van Cowden.

Bij het vertalen van deze studies naar mensen met kiemlijn- PTEN- mutaties, beschreef Heindl M. in 2012 een verhoogde prevalentie (voorkomen) van lymfoïde hyperplasie. Dit is een vergroting van lymfeweefsel door abnormale celdeling. Dit werd vooral gastro-intestinaal gezien en ter hoogte van de amandelen en/of thymus. Maar ook voorkomen van auto-immuunziekten zoals; Hashimoto’s thyroïditis (het eigen immuunsysteem valt de schildklier aan) en auto-immune hemolytische anemie (het eigen immuunsysteem valt de rode bloedcellen aan). Er werd echter geen toename van de gevoeligheid voor infecties gerapporteerd, hoewel het totale aantal lymfocyten wel een neiging naar lagere lymfocytenaantallen vertoonden.

Specifieke antilichaamresponsen tegen immunisatie met bepaalde toegediende vaccins tijdens hun jeugd bij de 2 onderzochte personen, waren aanvankelijk normaal (4 weken na immunisatie), maar de antilichaamspiegels daalden snel en kwamen bijna 15 maanden na de start terug tot de niveaus van bij het begin. Wat dus wijst op een functionele antilichaamdeficiëntie. Bij vaccin toedieningen werden dus wel antilichamen aangemaakt maar deze daalden opnieuw vrij snel.

De twee onderzochte patiënten illustreren dat afwijkingen bij de ontwikkeling en / of functie van T-cellen en B-cellen aanwezig kunnen zijn bij patiënten met het syndroom van Cowden en kunnen geassocieerd zijn met een verhoogde vatbaarheid voor infecties.

De gegevens van deze studie wijzen erop dat het syndroom van Cowden geassocieerd kan zijn met zowel T-cel- als B-cel immuun dysfunctie. (T- en B-cellen zijn afweer cellen die een belangrijke functie vervullen in ons immuunsysteem.)

De betrokken onderzoekers raden aan dat patiënten met het syndroom van Cowden én een verhoogde frequentie van infecties zich best laten onderzoeken op mogelijke bijbehorende immunodeficiëntie.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *