PHTS

Cowden behoord, samen met 3 andere syndromen tot PHTS

Het PHTS

PTEN Hamartomen Tumor Syndroom of kortweg PHTS, is een verzamelnaam voor 4 verschillende aangeboren syndromen. Cowden syndroom (kortweg CS), Bannayan-Riley-Ruvalcaba syndroom (kortweg BRRS), PTEN related Proteus syndroom (kortweg PS) en Proteus like syndroom (ofwel Cohen-Hayden syndroom, kortweg CHS). Al deze vormen van PHTS ontstaan door een defect in het PTEN-gen.

Het PTEN-gen is, wanneer intact, een tumor suppressor. Het gen produceert het eiwit PTEN dat er van nature voor zorgt dat ongecontroleerde celgroei en de vorming van kankers allerhande worden onderdrukt. Wanneer er een defect in dit gen zit, zal die persoon een aanzienlijk groter risico hebben om tumoren en/of kankers te gaan vormen in zijn lichaam omdat het eiwit niet of te weinig word geproduceerd.

Doordat deze 4 syndromen ontstaan door een aangeboren PTEN mutatie vertonen ze ook veelal dezelfde symptomen. Eén daarvan is het ontstaan van hamartomen. Dit zijn goedaardige tumoren (en dus GEEN kanker) die zich vormen met cellen uit het omliggende weefsel waar de tumor begint te groeien. Eigenlijk zijn het onze eigen cellen die op een bepaalde plaats in ons lichaam beginnen te groeien zoals de gewone cellen. Alleen in een ongecontroleerde vorm. De cellen groeien sneller en in grotere aantallen dan dat ze eigenlijk behoren te doen. Het zijn inderdaad goedaardige gezwellen, maar ze kunnen wel voor problemen zorgen vanwege de plaats waar ze beginnen te groeien. Op de huid kunnen ze voor verminkingen gaan zorgen. (bv. bulten op het lichaam of “pukkeltjes”  in het aangezicht) Indien een hamartoom zich in een orgaan ontwikkelt zoals schildklier, nier of hersenen  kunnen er wel ernstige gezondheidsrisico’s optreden.

Aangeboren syndromen

Cowden syndroom

zie bij Cowden

zie bij Cowden: symptomen & behandeling

Bannayan-Riley-Ruvalcaba syndroom

Vroeger werd dit syndroom apart benoemd, hoewel er een zeer brede overlapping van Cowden en BRRS aanwezig was. De term werd in 1990 door Cohen gesuggereerd en sindsdien gebruikt. Het is een samenvoeging van namen van onderzoekers en die hun drie eerder erkende syndromen verenigd in 1 term.

Bij studies werden kenmerken van BRRS en Cowden terug gevonden bij familieleden van een zelfde familie met een zelfde PTEN-mutatie. In 2007 concludeerde Lachlan dat het Bannayan-Riley-Ruvalcaba-syndroom en het Cowden-syndroom één ​​enkele aandoening vertegenwoordigd  met een vaak wisselende uiting en leeftijdsgebonden optreden van eerste symptomen. Hij besloot dat het daarom niet nuttig was om PTEN-gerelateerde stoornissen op te splitsen in afzonderlijke klinische syndromen. Dit heeft ervoor gezorgd dat de term PHTS vaker word gebruikt.

Men is BRRS en Cowden dus gaan beschouwen als één en dezelfde aandoening omdat de plaats van het defect zich ook op het PTEN-gen bevind en vaak zelfs dezelde is.  De term Bannayan-Riley-Ruvalcaba syndroom ligt ook veel moeilijker in de mond dan Cowden. 

bron: omim

PTEN related Proteus syndroom

Een complexe en zeer wisselende aandoening die gepaard gaat met aangeboren misvormingen:

  • hamartomen ter hoogte van het bindweefsel (dit is het weefsel onder onze opper- en lederhuid, de laag cellen die onze organen vorm geven)
  • hamartomen ter hoogte van de epidermis of opperhuid (dit is onze buitenste en zichtbare huidlaag)
  • hyperostose of het optreden van botverdikking door overmatige groei van botcellen
  • vasculaire malformaties of goedaardige vaatafwijkingen

Cohen-Hayden syndroom

Wordt ook PS-like syndroom genoemd. Het lijkt sterk op PS, maar de patiënten hebben onvoldoende kenmerken van PS om deze diagnose te krijgen. Vandaar de benaming PS-like.

Diagnose PHTS

Een vermoedelijke diagnose van PHTS is gebaseerd op het voorkomen van een lijst symptomen (klinische kenmerken). Deze verschilt bij de 4 verschillende syndromen. Men zal de diagnose enkel daadwerkelijk bevestigen, als er ook echt een PTEN-gen defect word teruggevonden tijdens een DNA onderzoek.

Uit onderzoeken blijkt dat bij 60 à 80 % van de CS patiënten en BRRS patiënten een PTEN-gen defect word gevonden in het DNA. Uit voorzichtige cijfers suggereert men voorlopig dat ook bij 20% van de  PS patiënten  en 50% van de CHS patiënten een PTEN-gen defect terug gevonden word in het DNA.

Dit wil dus zeggen dat er niet bij iedereen, die wel  symptomen vertonen, ook echt een defect zal gevonden worden in zijn DNA. Zij krijgen dus niet een echte diagnose bevestiging. Zij krijgen enkel een klinische diagnose, deze is gebaseerd enkel op de symptomen die voorkomen en dus geen daadwerkelijk aangetoond gendefect.

bron: omim